#2: De Eerste Weken

De Eerste Weken

Als het toelatingsexamen eenmaal achter de rug is staat iedere toekomstige geneeskunde student voor de belangrijkste keuze. In welke stad ga je studeren? Ga je voor de harde theorie gecombineerd met de echte studentenstad Leuven, kies je voor het meer op het op de praktijk ingestelde Gent of ga je toch voor het stadsleven van Antwerpen? Met altijd in het achterhoofd die belangrijke vraag, zal ik me draai kunnen vinden en geen berouw krijgen van mijn beslissing?

Mijn keuze was desondanks, zoals velen Nederlanders met mij, niet heel doordacht. Ik kende al een Belgische geneeskunde studente en werd destijds, enigszins naïef, aangetrokken door het prestigieuze karakter van de enige katholieke universiteit van de Benelux, Leuven.

Het inschrijven moest ter plaatse gebeuren, en dit was dan ook gelijk mijn eerste kennismaking met de stad en de tweede met onze zuiderburen in het algemeen. Eerste impressies van Leuven: de kerkelijke gebouwen zijn prachtig, de bussen levensgevaarlijk, het aantal terrasjes geweldig en de gemiddelde Vlaamse friet één grote anticlimax.

Nadat ik van al deze indrukken bekomen was ging het snel. Eerstvolgende stap, een kamer vinden, of zoals ze in het Vlaams zeggen een kot. Deze liggen in Leuven werkelijk voor het oprapen. Geen instemmingen of wachtrijen van 6 maanden zoals ik in Nederland gewend was. Een simpel bezoek aan een makelaar en als voormalig student in Delft mocht ik het machtige gevoel mee maken om zelf een kamer te kiezen in plaats van gekozen te worden op een instemming.

Voordat ik mijn nieuwe aanwinst geheel van een plakkaat verf had kunnen voorzien begonnen de introductieperiodes. Het verschil in karakter met de Nederlandse introductietijd is zeer verschillend. Een echte introductieweek waar elke studentenvereniging zich representeert en waar je een week lang kan feesten op grote schaal met de hele studentenpopulatie kennen ze in Vlaanderen niet. In plaats daarvan zijn er verschillende kleine kennismakingsmogelijkheden, waar overigens lang niet iedere student-in-wording gebruik van maakt.

Het begon met de Onthaaldagen. Deze worden georganiseerd door de UP (Universitaire Parochie, een christelijke studentenorganisatie), en is bedoeld om nieuwe studenten (ook niet-gelovigen) kennis te laten maken met het studentenleven in Leuven.

Met de UP deden we groepsspelletjes, praten we over onze gevoelens en mochten we onder het mom van vrijwilligerswerk met bejaarden in rolstoelen naar de kermis. Ook hadden we een hele avond waar we brief aan onszelf schreven vol met onze ambities en goede voornemens die we vervolgens een jaar later opgestuurd zouden krijgen om te kijken wat er van gekomen is.

Gelijk na de onthaaldagen was er door Medica (studievereniging Geneeskunde & Biomedische Wetenschappen) het Eerstejaarsweekend (EJW) georganiseerd. Het doel van het EJW is net zoals op de onthaaldagen de student kennis te laten maken met het leven in Leuven. Hoe dat vervolgens werd gedaan was echter op zijn zacht gezegd verschillend.

Waar we tijdens de onthaaldagen waterspelletjes, slagbal en draag-een-sinaasappel-met-een-lepel-van-A-naar-B deden droegen de activiteiten hier namen als dikke pik en verkrachtertje met bijbehorende fysieke activiteiten. Waar we de ene week nog over onze gevoelens praten veranderde dat de volgende week in welke seksuele escapades we al betrokken waren geraakt. Van het ene moment dat je ‘s avonds gezelschapsspelletjes speelt naar het bij Medica totaal beneveld raakt op onze eerste echte cantus. Ook staat me nog ergens een avond bij waarbij we nietsvermoedend een groep hadden gemaakt met 8 jongens en vervolgens gedwongen werden een zekere spel te doen waarvan we achteraf collectief hebben afgesproken dit zo snel mogelijk te vergeten (iets met halfnaakt en slagroom).

Alles samengevat, op zowel de onthaaldagen als op het EJW leert iedereen genoeg vrienden kennen om de eerste weken in Leuven door te komen. Elke avond eindigde steevast laat in de faculteitsbar (een door de studievereniging gerunde sociëteit) en elke ochtend begon steevast met het door de wekker heen slapen en vervolgens schuldig voelend en met een kloppende kater achter aanschuiven in de collegezaal.

Bijna elk voornemen in de bij de onthaaldagen eerder genoemde brief heb ik de eerste week wel verbroken. En ook in de maanden daarna kan ik nu al zeggen dat ik niet altijd heb gedaan wat mijn gemotiveerde, maagdelijke zelf mij destijds die avond heeft opgedragen. Tot op heden, 2 jaar later, ligt deze brief ongeopend bij mij in de kast en heb ik het nog niet aangedurfd om dit blaadje vol verbroken beloftes te bekijken. Maar of ik spijt heb gehad van de jaren die ik hier nu in Leuven heb besteed? Geen seconde.

Overzicht