#1: Uitgeloot, toegelaten?

Met een paar klikken schrijf ik me digitaal in voor het toelatingsexamen geneeskunde in België.

Het is eigenlijk meer een backup, aangezien ik me niet kan voorstellen dat het op de loting en decentrale selectie dit jaar weer niet lukt. Omdat ik denk dat ik het niet nodig zal hebben heb ik over de consequenties van studeren in Vlaanderen tot op dat moment nog geen seconde nagedacht.

Dan komt de mededeling, “u bent niet door de loting gekomen”. De start van bijna elk verhaal achter de in België studerende Nederlander. In mijn geval was dit de tweede keer, en na ook niet door de decentrale selectie heen te zijn gekomen moest ik op zoek naar andere opties.

Flash forward. Brussel. Juli 2009. Met 3000 zenuwachtige mensen, die allemaal lijken te beseffen dat hun toekomst afhangt van deze dag, betreden we de zaal. Duizenden en duizenden tafels en stoeltjes staan klaar om ons de aankomende uren gezelschap te houden. Gejaagde begeleiders sturen de mensen door de gangen heen naar hun toegewezen plekken. Voor een project van deze omvang gaat het allemaal verrassend soepel. Het enige logistieke probleem van de dag lijkt zich, hoe kan het ook anders, voor te doen bij het vrouwentoilet.

Nadat ik mijn tafeltje heb gevonden bekijk ik de videoinstructies geprojecteerd op 1 van de 30 schermen in de hal. “Vul het antwoord pas in als je het zeker weet, een goed antwoord levert 1 punt op, een fout antwoord geeft een aftrek van 1/3e punt. Kleur boekje = kleur opdrachtenblad. Blauw opdrachtenblad = blauw antwoordblad.” Vervolgens wordt er door de in het filmpje spelende acteur overdreven op de kleur blauw gewezen en de duim omhoog gaat voor zowel het opdrachtenblad als het antwoordenblad. Als vervolgens de instructies herhaald worden maar dan met de kleur geel in de hoofdrol begin ik mij toch af te vragen of het niveau van aankomende studenten hier echt zoveel hoger ligt dan in Nederland.

Mijn Hollandse arrogantie houdt stand tot de eerste vraag:

Gegeven; een driehoek met een hoek van 30 graden en aanliggende zijden met een lengte van 2 cm en 1,5 cm. Wat is de lengte van de andere zijde?

Onmiddellijk denk ik aan Pythagoras, a2 + b2= c2 maar dan bedenk ik me dat er nergens wordt gezegd dat het een rechte driehoek is. Het gemis van de (grafische) rekenmachine, waar ik tijdens mijn middelbare schooljaren heen zo’n beetje aan vast was gegroeid is me pijnlijk duidelijk. Ik kan aan mijn ietwat dikkige buurman zien dat hij geen enkel problemen heeft met de wiskunde vragen. Gert staat er te lezen op het naamkaartje op zijn tafel. Met zijn tong uit zijn mond bijna het antwoordvel aanrakend vult hij met een triomfantelijke blik het ene na het andere antwoord in.

Na een 10 tal minuten waar ik maar niet op de juiste formule kan komen om deze ogenschijnlijk makkelijke opgave op te lossen skip ik maar gelijk door naar fysica.

De landingsbaan van een vliegtuig is 500 meter lang. Het vliegtuig gebruikt de volledige lengte om op te stijgen. De snelheid bij opstijgen moet minstens 50 m/s zijn. Hoe lang voordat het vliegtuig opstijgt?”

Gezegend met een jaar lucht- en ruimtevaarttechniek zijn de 34 studiepunten die ik er voor heb gehaald genoeg om me hier in elk geval doorheen te slepen. Nadat ik 9 van de 10 vragen heb ingevuld ga ik weer terug naar wiskunde.

Hoeveel reële nulwaarden (nulpunten) heeft de veelterm: X3-X2-3X-9”

Bij nader inzien toch maar naar biologie. Mijn buurman ziet de tijdelijke frustratie en lacht geniepig vanuit zijn ooghoek. Voordat ik hem mijn meest geërgerde blik toe kan werpen is hij alweer verder met het invullen van de antwoorden, zijn tong nog verder uit zijn mond dan een uur geleden.

Transcriptie is het omzetten van DNA naar RNA. Om mRNA te maken wordt er telkens maar 1 streng overgeschreven. Welke stelling is juist?”

Is de 4e biologie opgave. Met enige zekerheid vul ik in dat het mRNA complementair is aan de overgeschreven DNA-streng. Tot mijn grote schrik zie ik vervolgens dat ik het hokje heb ingevuld bij de vorige vraag. Net als de vraag daarvoor. En daarvoor. Het drieletterige woord voor het primaire vrouwelijk geslachtsdeel ontglipt me.

Beschaamd door het falen van de instructies van het begin van het examen steek ik mijn vinger omhoog voor een opzichter. Ondertussen zet ik alvast mijn meest chagrijnige blik op en sta ik klaar deze op Gert te richten. Just in case. Nadat er na een drietal langzaam wegtikkende minuten eindelijk een begeleider bij is gekomen en ik hem de algehele clusterfuck heb uitgelegd steekt hij zijn vinger op voor iemand hoger in rang. Zwetend en rennend tussen de tafels komt er 1 van de weinig tot typex geautoriseerde opzichters erbij om mijn antwoorden te wissen.

Kijkend op de klok en enigszins in tijdnood raffel ik mijn biologie af en de eerste vraag “Wat is de functie van een katalysator?” bij scheikunde brengt me weer tot rust. Ondanks de 3,7 op mijn centraal schriftelijk eindexamen is dit makkelijk te doen.

Om 12 uur stipt wordt het ochtenddeel van het examen afgesloten en is er een middagpauze. Iedereen wordt naar buiten gesluisd en er heerst een sfeer van vergane hoop bij de ene en opluchting bij de andere helft van de studenten in wording. De antwoorden op de vragen gonzen rond en langzaam begint voor degene die oorspronkelijk opluchting kenden deze weer om te slaan in de alom bekende onzekerheid.

Snel loop ik van het terrein af naar mijn vader, die geparkeerd in de auto naast het anatomium staat. “Hoe ging het?”. “Mwah” en ik eet stil de broodjes op terwijl ik me mentaal voorbereid op het middag.

Als vervolgens een uur later de poorten weer opengaan en de zaal zich weer vult is de boel een stuk meer ontspannen. De geruchten dat het middagdeel voor Nederlanders meestal makkelijk te doen is blijken waar. Waar ze ‘s ochtends voorbij leken te kruipen vliegen de uren nu voorbij. Een stilleestekst, een redeneerproef en een arts-patientengesprek. Voor ik het goed en wel besef ben ik bij de laatste vraag.

Je bent huisarts en krijgt Mevrouw Deroover op consultatie. Zij is al vele jaren patiënte . Zij heeft last van een hoge bloeddruk en neemt hiervoor medicatie. Zij komt regelmatig bij je langs om een voorschrift voor haar medicatie op te halen. Vandaag is ze terug op consultatie. Wat is de beste openingszin in dit gesprek?

A Ah u komt om een nieuw voorschrift voor uw bloeddruk

B Mevrouw Deroover ik zal uw voorschrift snel schrijven

C Mevrouw Deroover wat kan ik vandaag voor u doen?

D En hoe gaat het met nog uw bloeddruk de laatste tijd?

Met overdreven gevoel voor statement kleur ik het vakje C in en ik moet me inhouden om luidkeels “Klaar!” te roepen. Dan pas, ontwakend uit mijn 3 uur durende trance, zie ik dat mijn buurman rood is aangelopen en een combinatie van zweetdruppels en wanhoop druipt van zijn gezicht.

Een week later krijg ik de verlossende uitslag en kan ik mij eindelijk officieel inschrijven voor de studie geneeskunde. Gert, mijn buurman, heb ik nooit meer gezien.

Overzicht