Psychiater: overbodig

Vandaag ben ik exact 1 jaar en 77 dagen werkzaam als psychiater in opleiding. Ik zelf heb, van het moment dat ik de keuze maakte tot nu, geen enkel moment getwijfeld. De mensen die ik sindsdien ontmoet heb, voornamelijk tijdens stages op andere disciplines maar ook op informele gelegenheden, des te meer. Want ja, waarom doe je dat eigenlijk, zeven jaar opleiding tot basisarts volgen om dan 80% van die kennis nooit meer te gebruiken en met mensen te gaan pràten?

Gelukkig houdt die uitspraak geen steek. Zo ben ik dagelijks bezig met bloedonderzoek nakijken, interacties tussen medicijnen afwegen, klinisch neurologisch onderzoek uitvoeren en, net zoals elke andere arts, heel heel veel administratie afwerken. Praten doe ik ook, luisteren des te meer. Wat ik enorm leuk vind aan psychiatrie zijn de eindeloze mogelijkheden om buiten de gebaande paden te denken en werken, of zoals de Engelstaligen het zo mooi noemen, ‘out-of-the-box thinking’.

Een prachtig voorbeeld hiervan betreft een patiënt van een van mijn supervisoren, een 35-jarige man die recent zijn kind had verloren in een auto-ongeluk. Vanzelfsprekend stond het leven van die man volledig op zijn kop en had hij het vreselijk moeilijk met het verwerken van dit verlies. Hij wilde niets liever dan hier over praten, maar kon nergens met zijn verhaal terecht. Zijn echtgenote was bezig met haar eigen rouwproces en wilde het onderwerp laten rusten, zijn vrienden en familie deden hun best om te luisteren maar slaagden er niet in om op emotioneel vlak verbinding te maken. Zijn stemming werd steeds somberder en zijn huisarts adviseerde een consult bij een psychiater.

Dus hoe heeft mijn supervisor dit aangepakt? Na een eerste consult om zijn verhaal te horen en zijn toestandsbeeld in te schatten gaf ze hem een nieuwe afspraak – op hetzelfde tijdstip als een andere patiënt van haar die ook zijn kind had verloren. Wanneer die twee mannen dan samen in de wachtzaal zaten heeft ze zich geëxcuseerd voor de dubbele boeking, met de mededeling dat ze nog een tijdje zouden moeten wachten maar dat ze misschien in tussentijd onderling wat konden praten. En waar ze op hoopte gebeurde ook: de mannen raakten aan de praat, beseften dat ze elkaar begrepen zoals niemand anders in hun omgeving hen begreep en besloten wekelijks af te spreken om samen iets te gaan drinken. Na enkele weken gaf de patiënt aan geen nieuw consult meer nodig te hebben, hij had nu een vriend bij wie hij het begrip en de verbinding vond die hij zocht. Door een doelbewuste dubbele boeking had de man alle nodige ondersteuning, zonder verdere interventies van de gezondheidszorg.

Overzicht